Blog-item

Ondernemerschapsonderwijs: theorie eerst en dan pas praktijk?

In het onderwijs geldt de regel: eerst leer je theorie, dan pas je die theorie toe in de praktijk. Maar die regel pas je best niet toe als het gaat om ondernemerschap.

Een kleine vergelijking

De lente komt eraan en de tuincentra krioelen van mensen die voor de zomer graag hun tuin in orde brengen. Velen onder hen hebben vooral 'goesting' om in de tuin te werken en aan de slag te gaan, veel minder mensen weten ook echt wat ze aan het doen zijn en hebben de nodige informatie opgezocht. En zo komt het dat na de zomer of winter niet alle planten het jaar overleefd hebben. De plant die liever van schaduw houdt werd in de volle zon geplant, het boompje dat niet tegen vrieskou kan werd niet afgedekt toen het vroor en de rozen zijn zodanig slecht geknipt dat ze er nooit meer zullen doorkomen. Maar dat is niet erg, want het was leuk en je hebt weer wat bijgeleerd. 

Stel je voor dat het anders was gelopen, dat je in de winkel aan de kassa kwam en dat men je vroeg of je wel de nodige cursussen had gevolgd. Of je niet beter eerst in avondschool een eenjarige cursus tuinier zou volgen. Want het zou toch zonde zijn als die mooie rozen in slechte handen vielen en het niet overleefden. Voor veel mensen zou de fun al snel over zijn en de plantjes zouden de kassa nooit passeren. Om dan gedurende de zomer licht teleurgesteld naar de kale tuin te kijken.

Theorie werkt ontmoedigend op gedreven ondernemers

De vergelijking is misschien wat kort door de bocht, maar dezelfde daling in enthousiasme kan je zien als je met een gedreven student spreekt over de administratie en theorie die bij een bedrijf komt kijken. Als we niet opletten ontmoedigen we studenten die met een tof idee zitten en kijken we uit op een bedrijfslandschap met te weinig jonge ondernemers. En dat is gevaarlijk, want de jeugd is de toekomst zegt men weleens. 

Vertrek vanuit de praktijk

Om studenten te enthousiasmeren over ondernemerschap laat je ze beter zelf aan de slag gaan en de handen uit de mouwen steken. Laat ze met eigen ideeën op de proppen komen die ze dan zelf verder kunnen uitdiepen en uitwerken. Op die manier creeër je veel ideeën waar verschillende business concepten uit komen en waar misschien enkele bedrijfjes uit volgen. Als je start met de theorie raken veel studenten al ontmoedigd nog voor ze aan de idee-fase komen, wat resulteert in minder ideeën en dus logischerwijze ook in minder business concepten en minder bedrijfjes. 

Studenten komen natuurlijk niet altijd met goede ideeën op de proppen. Vergeet dus zeker niet hen een kritische en open blik aan te leren en met de nodige commercialisatiedrang naar hun voorstel te kijken. Voor veel studenten kan dit proces op zich stimulerend werken, waarna ze zich zelfzekerder voelen om nieuwe concepten uit te denken en af te toesten. 

Merk je dat een student de entrepreneurial spirit te pakken heeft? Stuur hem of haar dan door naar een praktisch vak waarin hij of zij het idee kan uitwerken en / of naar een vak waar de student de nodige achtergrond kennis over een bedrijf starten kan opdoen. Nu er een concreet idee is, is de kans groter dat de student hier effectief mee aan de slag kan en dus meer geïnteresseerd is. 

Durf in eigen boezem te kijken

Een oplettende lezer met kennis van het UGent programma heeft misschien al gemerkt dat dit indruist tegen de huidige Durf Ondernemen leerlijn. Dat is zo, en daar willen we iets aan doen. Durf Ondernemen kan je vergelijken met een mini-start-up binnen een bestaand bedrijf. Wij moeten onze 'producten' (de leerlijn, het statuut, ondersteuning voor lesgevers, ...) constant bijsturen en aftoetsen in de 'markt' (bij de studenten, proffen, assistenten, ...). En dat zorgt ervoor dat ook wij onszelf af en toe eens moeten heruitvinden en de dingen anders aanpakken.

Omdat we geloven in het belang van je ideeën aftoetsen doen we dat ook niet achter de schermen, maar komen we graag met onze wilde plannen naar buiten. Feedback is trouwens steeds welkom onder dit bericht of via mail.